Zouden er ooit weer woorden komen? Is dit een vraag of een invulling? Een berschermende invulling?
Daar is dit geland. Wat is verstandig? Dit doorschrijven, opgeven? Eisen loslaten?
Het zijn vragen die alleen door mijzelf beantwoord gaan worden.
De rivier vertakt en de wereld infiltreert een lichaam. Langzaam lijkt het uitgebloeid. Iets wacht geduldig, neemt bezit van ons en laat het echte niet meer waarnemen. Het is anders dan toen. Toch blijft het opnieuw ongrijpbaar.
De narcissen hangen verlept in het veld; gele blaadjes uitgedroogd en zwijgzaam naar beneden kijkend. We zijn nederig en afhankelijk geworden. Afhankelijk? Bah!
De vreemde eend in de bijt is de witte die nog overeind staat – vinden wij of zij: wij!
Een doordringende mestlucht maakt de omgeving authentiek. Binnen liggen de vochtige dekens door de wisselingen in temperatuur. Koud zweet maakt plaats voor intense hitte.
De dag brengt emoties die het gedrag de baas laten zijn. Tussen de kadaverbakken gebeurt alles op gezette tijden. Een halve minuut later laat de geitjes mekkeren. Ik knipper met mijn ogen. Helpt dat om te ontwaken of te beleven?
Buiten voelt het alsof de wereld in tweeën is gesplitst.
De opgebouwde wereld om ons heen brokkelt af – het gewicht van buitenaf wordt alsmaar zwaarder. De afgrond heeft vele gedachten gekend. Daar staat we in een rijtje, te wachten. Wat gaan we doen? Passeren of doorboren?
Vandaag zoeken we paaseieren. Tijdverdrijf om de tijd in het heden te beleven.





