Feeds:
Berichten
Reacties

Woordloze vragen ?

Zouden er ooit weer woorden komen? Is dit een vraag of een invulling? Een berschermende invulling?

Daar is dit geland. Wat is verstandig? Dit doorschrijven, opgeven? Eisen loslaten?

Het zijn vragen die alleen door mijzelf beantwoord gaan worden.

 

De rivier vertakt en de wereld infiltreert een lichaam. Langzaam lijkt het uitgebloeid. Iets wacht geduldig, neemt bezit van ons en laat het echte niet meer waarnemen. Het is anders dan toen. Toch blijft het opnieuw ongrijpbaar.

De narcissen hangen verlept in het veld; gele blaadjes uitgedroogd en zwijgzaam naar beneden kijkend. We zijn nederig en afhankelijk geworden. Afhankelijk? Bah!

De vreemde eend in de bijt is de witte die nog overeind staat – vinden wij of zij: wij!

Een doordringende mestlucht maakt de omgeving authentiek. Binnen liggen de vochtige dekens door de wisselingen in temperatuur. Koud zweet maakt plaats voor intense hitte.

De dag brengt emoties die het gedrag de baas laten zijn. Tussen de kadaverbakken gebeurt alles op gezette tijden. Een halve minuut later laat de geitjes mekkeren. Ik knipper met mijn ogen. Helpt dat om te ontwaken of te beleven?

Buiten voelt het alsof de wereld in tweeën is gesplitst.

De opgebouwde wereld om ons heen brokkelt af – het gewicht van buitenaf wordt alsmaar zwaarder. De afgrond heeft vele gedachten gekend. Daar staat we in een rijtje, te wachten. Wat gaan we doen? Passeren of doorboren?

Vandaag zoeken we paaseieren. Tijdverdrijf om de tijd in het heden te beleven.

 

Huis-thuis

De rode Mazda zweeft over het wegdek. Invoegen, uitvoegen. De muziek schalmt

luidt door de auto. Zingend verdwaal ik. ‘Welkom in Amersfoort’ vertelt het bord mij. Ik bedank vriendelijk; rij kalm Amersfoort weer uit. Woudenberg, Maarsbergen. Nederland is recht en strak. Uiteindelijk ben ik daar. Want dáár wordt voor even mijn nieuwe ‘huis-thuis’. Huis en thuis die hier, hier in Utrecht zo graag willen vervellen. Dat lukt niet. Vandaar deze nieuwe wulk.

Het regent, de weilanden zwellen op. Onder de kadaverbakken liggen ontbindende koeien.

Mistroostig komt mijn nieuwe huis-thuis me tegemoet. Sober, zwaar; cellenblokken wachten.

Moet dit? Wil dit? Of slik ik de sleutel van het nieuwe deurslot liever in.

De ruitenwissers gaan woest tekeer. Bedrukt en vies van de modder rijdt Mazda terug.

 

Afgelopen weken heb ik dit nieuwe huis veelvuldig mogen ontmoeten. Elke ontmoeting onthulde en vertelde iets anders. Vooroordelen verdwenen.

Vandaag is het grijze groene zonniger geworden , de horizon kleurde roze – volgens A. door de uitlaatgassen. Ik waan me toch maar in mijn eigen roze wereld.

Deze ontmoetingen maken het nieuwe huis lichter. Huis-thuis van nu knort gretig. Wat heb ik te verliezen? Het oude deurslot moest toch al vervangen worden.

In dit oude huis zijn buiten- en binnenkant, intern en extern altijd zo bepalend geweest. Nu is het tijd om écht één te worden. Samen met sleutel, met licht, met alles. Net zoals heremietkreeft: opzoek naar iets beters, mooiers - de schelp nog krachtiger. 

 

Mazda brengt me terug naar het nu, nog even. Uit de luidsprekers klinkt het alom bekende twee meisjes. De zon verdwijnt in een wolk van zwarte regen. Ondertussen wens ik ons – zingend – allemaal een fijn huis-thuis toe. Met op het keukenblad het gele vaatdoekje: gewassen, schoner, geler en opnieuw, voor altijd absorberend.

 

ma10

De witte tijgerin

Na anderhalfuur boekhandel struinen stuitten wij op het volgende:

de-witte-tijgerin

Wat je al niet kan tegenkomen tijdens een serieuze zoektocht naar de Koran.

Tranen van plezier liepen over mijn wangen. In geen tijden had het lachen me zo verzadigd. Bedankt Slegte!                                       

Toen ik dit aan vriend G. vertelde, werd hij rood van schaamte. (?) Ik hoorde dit soort dingen niet belachelijk maken. Ik fronste mijn wenkbrauwen, knikte braaf mijn hoofd en mompelde dat hij de volgende keer maar ergens anders ging zitten zeuren. Gelukkig kon zijn opmerking de pret niet drukken.

oefeningen

Ik, die zo opzoek was naar liefde, heeft gevonden. Oefening baart kunst! Misschien was de pret al voldoende. Preutsheid en durvend gympakje ontmoeten elkaar – vaak. Cursusje volgen? Gegadigden kunnen zich gratis inschrijven. Het boek is in grote getale verkrijgbaar aan de Oudegracht. De HEMA voorziet ons allen van de benodigde gympakjes. Wat betreft die lange manen: tips zijn natuurlijk altijd welkom!

Tip

Hoe-vermijd-ik-een-boete-in-de-trein tip:

draag een stout petje, wees naïever dan naïef en benadruk nadrukkelijk het woord ‘kindtarief’.

 

trein

 

Geloof in

In het huis mijns Vaders zijn vele woningen

Boosheid

‘Hoe krijg ik jou écht boos?’ vraagt waterachtige.

Ik grinnik. Kijk hem aan. Hij weet het weer!

‘Niet!’ antwoord ik rustig.

Ik sta voor het raam, hij zit.

 

Hoe ontstaat boosheid, waar komt het vandaan? Is het een minivulkaan die langzaam tot uitbarsting komt?
Zo af en toe ontstaan deze vulkaanuitbarstingen – zomaar. Een uitbarsting zonder reden. Een die niet gemeend is – maar wel gepland. Een waarvan het lava nog tastbaar is.

 

Nu sta ik voor het raam, te kijken naar de lucht die in brand staat. Vonken schieten omhoog: pure boosheid of liefde. Of?

Ik denk na over zijn vraag. Vindt er onderdrukking plaats? Alleen bij mij?

‘Mag ik een foto van je maken?’ vraagt hij.

‘Waarom?’ Mijn ogen spuwen.
‘Rot op!’ bijt ik hem toe.

Hij lacht cynisch.

‘Waarom niet?’ zegt hij.

‘Deze foto zal laten zien waar jouw schoonheid zich in manifesteert.’

Ik negeer hem.

Hij stopt. Stopt omdat hij iets heeft aangewakkerd.

 

Ongevraagd is hij veel te dichtbij gekomen. Ik ga dichter bij het raam staan. Dat helpt; het koude raam plakt tegen mijn huid.

Ik kijk hem aan: wat nou schoonheid van binnen. Ik ben gewoon ik. Ik in deze wereld. Dat kleine stukje dat zo immens belangrijk probeert te zijn.

Het koude glas laat mijn huid los.

 

Terug op de fiets heeft de lucht plaatsgemaakt voor rode woede.

Mijn fiets rijdt over de brug. Onder mij lonkt de snelweg dreigend. Auto’s flitsen voorbij. Lichten en geluiden stijgen op naar boven.

Langzaam word ik boos. Boos op ‘alles’, boos op de koptelefoon die al na één week heeft besloten te breken, boos op deeltjes, boos op al die boerenyoghurt ervaringen, boos op de stappen, boos op de dag, boos op…vooral boos op mijzelf! In deze boosheid zijn er tekortkomingen, creaties van de geest zelf.

Een sidderend slangetjes glijdt soepel door mijn lichaam. Probeert heel stiekem een verboden vrucht aan te smeren.

De sidderende slang schudt alles wakker. Ik ril; wat heb ik zin om in de gracht te springen. Kopje onder: sidderingen weg. Het water blust, onderdrukt.

Vannacht droomde ik. Ik droomde over de boosheid die langzaam wegebde en plaats maakte voor een speciale rust. Een rust die ik nog niet eerder gekend had. In mijn slaap ontdekte mijn ik dat het weer anders ging worden. Een kleine verandering zou plaatsvinden. Deze boosheid was nieuw, zou bijdrage.

Het was maar een droom. Ook ik word realistischer.

Vandaag is het gewoon boosheid op het voorlopige: het heden. Dat is het, dat blijft het – nu nog wel!

 

rode-lucht-11

Kattenogen

We wandelen. Ik begin te vertellen en hij pakt mijn hand. Zijn groene kattenogen laten het hulsel niet meer los.

Dit handencontact brengt een connectie tot stand. Rust keer terug maar ik wil mijn hand terug.

Vastbesloten houdt hij de hand stevig vast.

‘Ontsnappen heeft geen zin meer,’ zegt hij.

Maar ik wil rennen. Onze vriendschap is nog jong. Nú kan het nog!

 

Hij laat pas los op het moment dat mijn hardleerse ik het heeft begrepen.

Hij bewaakt mij, de kattenogen bewaken het gevoel. Hij kent het al, weet het al. Wil helpen en breekt overal doorheen.

Duizend lijntjes verbinden. Het ene lijntje voert ons mee naar het andere lijntje. De een soms langer of verder dan de ander. Stiekem hebben wij al gevonden. Het is nog niet genoeg, we willen meer. Deze lijntjes zijn samengekomen en parallel aan elkaar gaan ze verder.

 

We wandelen terug. Twee waterachtige bewandelen hetzelfde pad. Soms in een lange schaduw – maar met als eindpunt het ongefilterde licht.

 

47

 

 

 

veranderen

De kleine verandering verandert het grotere geheel.

De grote verandering verandert het kleine, diep van binnen niet.

Leeg

Leger dan leeg.

Handen leeg, voeten leeg, lichaam leeg.

Gedachten leeg?

Reddingsboei hielp drijven. Maar leegheid kende geen eigen kracht; reddingsboei verdween – stilletjes.

De donkere wolk kijkt genadeloos toe. Buldert, wordt zwaarder.

Dromen worden realistisch. Dromen en wolk botsen. Wie wint?

Hoopje leegheid is teruggeworpen op de koude stenen.

Lege, koude stenen.

Brief

Er was een brief. Ergens in de Albatrosstraat was een brief – maar de brief was spoorloos.

Die brief kende mij, ik hem nog niet. Een diepliggend stemmetje herhaalde alsmaar: ‘Brief is niet echt. Het kan niet!’

‘Jawel!’ riep ik onzeker. Stemmetje ging maar door.

 

Als een gek heb ik gister overal aangebeld. Mijn hele zaterdag stond in het teken van die ene brief. Om het kwartier rende ik naar beneden om vervolgens weer teleurgesteld naar boven te kruipen: niemand thuis. 

De zaterdag was onrustig. Kreeg stemmetje gelijk?

Na een dansnacht met Mario deuntjes werd ik vanochtend, correctie vanmiddag, wakker van een sms. Er was een lezing in de dom. Daar wilde ik bij zijn. Binnen een kwartier, aangekleed en wel, liep ik de kerk binnen.

Het was druk, talloze ogen staarde naar niets. Waarom moet de mens altijd iets zien, zonder dat er echt iets is?

Onzichtbaar leunde mijn lichaam tegen de muur, mijn hoofd steunend op de houten balk.

Ik sloot mijn ogen, luisterde naar de muziek die mijn lichaam verwarmde. De donkere stem dreunde en deed mijn lichaam trillen. Het verhaal bestond uit losse stukjes. Het geheel was spoorloos. ‘Dieren in de Koran’ wat maakte het ook uit. De volle stem was genoeg.

‘Wat fijn om te weten dat schrijvers ook maar mensen zijn!’ zei S. tegen mij. Mijn ogen gingen open en ik keek haar vragend aan. Ja, wat dacht jij dan?

 

Buiten op het domplein was het tijd voor een terugkerende Tilburg confrontatie.

Die dansende lichamen leken de tijd even terug te draaien. De tijd die ik met man en macht probeer te vergeten. Maar het zou mijn leven niet zijn als zich daar niet een diepgewortelde reden ontpopte.

Vermoeid enigszins aangeslagen fietste ik naar huis. Ik sloeg mij favoriete klinkerweggetje over. Het geluid van de vrolijke, losliggende klinkers kon me vandaag niet redden.

Ik schold een automobilist uit. Hij stak zijn middelvinger op; lang leve de liefde voor elkaar!

 

Thuis waagde ik nog een aanbel poging. Verward, met haar op windkracht 12, deed de buurvrouw open.

Er was inderdaad een brief gekomen. De brief, mijn brief, die brief!

Ik rende gloeiend naar boven. Struikelend over de rotzooi.

Dat korte briefje maakte alles stil. De hele dag loste op. Die woorden waren daar niet zomaar.

Het stemmetje veinsde een ontmoeting. Nam mijn woorden over. Het verhaal was onsamenhangend, net zoals in de kerk. Het was niet erg; de ontmoeting was toch al geweest.

Mijn geest switcht per dag. Maar deze woorden zouden blijven bestaan – met of zonder toekomst.

 

Soms zijn woorden, beelden en verhalen op. Het geheel is dan zoek – maar wat maakt het uit? Perfectie ontstaat door imperfectie.

Vooral de laatste dagen werd ik meegenomen in een alsmaar smaller wordende trechter.

Die brief, deze woorden, dit alles dienden als tegenstroom. De tegenstroom die stemmetje liet weten dat het écht goed kan zijn.

Oudere Berichten »